Vier Engelse vliegeniers die nooit huiswaarts keerden

Er hangt een groen bordje van de Commonwealth War Graves Commission op de toegangspoort van de Oude Algemene Begraafplaats aan het Keern. Het geeft aan dat op deze begraafplaats vier vliegeniers uit het Verenigd Koninkrijk begraven liggen. Ze kwamen om bij twee afzonderlijke vliegtuigcrashes boven het IJsselmeer: een crash in de nacht van 15 op 16 februari 1944 en een van 5 op 6 juni 1944. 

Dit zijn de namen van de Engelsen die vochten voor onze vrijheid, maar zelf nooit meer thuiskwamen: 

Sergeant Jack Ratcliffe, 25 jaar
Sergeant David John Young, 21 jaar.
Flight Lieutenant Victor George Brewis, 28 jaar
Flight Lieutenant Arthur Whitten Brown, 22 jaar

Op dinsdag 15 februari om 17.28 uur stijgt de Avro Lancaster LL689 op vanuit Witchford Cambshire Engeland, met als missie het uitvoeren van bombardementen op Berlijn. De zware bommenwerper, met zeven bemanningsleden aan boord, komt rond 23.20 uur boven het IJsselmeer aan, ten zuidwesten van het dorp Schellinkhout. Daar wordt het gevechtsvliegtuig echter onderschept door een Duitse nachtjager: de Messerschmitt BF 110 G-4 die bestuurd wordt door Heinz Wolfgang Schnauffer. Dat onderscheppen was echter geen toeval…

Odile Moereels

De Duitsers beschikken namelijk over zeer goede radarapparatuur met op veel locaties peilstations – waaronder één in Medemblik bijvoorbeeld. Dit radarsysteem werkt zo goed dat de bezetter vaak al vrij snel nadat de Engelse vliegtuigen van Engelse grond opstijgen, de signalen kunnen oppakken. Waarschijnlijk is direct toen de Lancaster op de radar verscheen vanuit de Duitse basis Leeuwarden de Messerschmitt opgestegen. Deze kon via de radar tot zo’n 100 meter nauwkeurig bepalen waar het Engelse vliegtuig zich bevond. Vandaar af kon de piloot vaak de roodgloeiende uitlaten van de motoren met eigen ogen zien. Deze effectieve luchtafweersystematiek werd door de Duitsers ‘Himmelbett-Verfahren’ genoemd, de hemelbedmethode, vanwege de als een baldakijn over meerdere landen hangende radar.

Op de nacht van 15 of 16 februari blijkt de Duitse luchtafweer dus ook fataal voor de Lancaster. De bommenwerper wordt neergehaald door de Messerschmitt en het Engelse vliegtuig stort brandend in het IJsselmeer. Waarnemend burgemeester Mol van Schellinkhout maakt hiervan verslag (zie ook www.geschiedenisschellinkhout.nl):

“Op 15 februari 1944, te 23.30, is boven de gemeente Schellinkhout een vliegtuig neergeschoten dat brandend in het IJsselmeer is gevallen (plusminus 1000 m. uit de kust). Drie valschermen zijn gezien. Schade aan eigendommen werd niet toegebracht. Vliegtuigonderdelen zijn niet gevonden. Door de Duitsche Kriegsmarine werd het IJsselmeer afgezocht naar drenkelingen en wrakstukken. Vermoedelijk betreft het een 4-motorig Engelsch vliegtuig. 2 Canadeesche leden der bemanning zijn gered. Telefonisch is melding gedaan aan:

  1. De Rijksinspectie Luchtbescherming Den Haag;
  2. Den Beauftragte des Reichskommissars für die Provinz NordHolland (Polizei-offizier) in Amsterdam. De Ortskommandant in Hoorn was telefonisch niet te bereiken.”

Op deze site staat ook het volgende opgetekend: “Als tijdstip van de crash staat vermeld 23.19 uur. Het neergestorte vliegtuig is er een van het type Lancaster II van het 115de Squadron. Het ser/werknr. is LL689; volgnummer T 3416. De 1e vlieger is F/Sgt. J.W. Ralph. Blijkens mededeling van Piet Baas jr. is het wrak van dit vliegtuig in 1947 door de autoriteiten geborgen.”

(Noot: in het verslag staat te lezen dat er twee Canadezen in het toestel zaten. Dit klopt niet, alleen Flt/Sgt Tomlin had de Canadese nationaliteit. De andere bemanningsleden hadden de Britse nationaliteit.)

De grafsteen van Jack Ratcliffe en een portret van David John Young

Hoewel Engelse gevechtsvliegtuigen vaak een rubberbootje aan boord hebben (met eerste levensbehoeften) voor het geval men boven water crasht, is dat ook hier geen haalbare reddingsoptie meer. Twee bemanningsleden van de Lancaster – John Johnston en J.D. Tomlin – komen hangend aan hun parachute ongeveer 100 meter uit de kust bij Schellinkhout in het daar ondiepe IJsselmeer terecht. Ze staan daar tot hun middel in het water met brandwonden. Gedesoriënteerd en in shock roepen ze om hulp, niet wetend welke kant op te lopen in het donker. Ze worden door de inmiddels gearriveerde Duitsers uit Hoorn uit het water gehaald en krijgsgevangen gemaakt. Beide komen in het Duitse krijgsgevangenkamp Stalag Kopernikus 357 terecht, maar overleven wel de oorlog.

Dat is niet het geval met de andere inzittenden. De lichamen van twee van hen – Jack Radcliffe en David John Young – worden uit het water geborgen en begraven op de algemene begraafplaats aan het Keern te Hoorn.

De overige drie bemanningsleden – James William Ralph, Bernard Spencer John Akehurst en John David Dill-Russell – worden nog steeds vermist. Zij vonden naar alle waarschijnlijkheid op de bodem van het IJsselmeer een zeemansgraf. Hun namen staan bijgeschreven op de Runnymede Memorial Panels in Englefield Green, Engeland waar alle vermiste Engelse vliegers op vermeld staan.

Het gevaar van dit Duitse luchtafweersysteem (Himmelbett-Verfahren) is zo groot dat de geallieerden proberen het te ondermijnen door aanvallen op onder andere de vliegbasis Leeuwarden. Dat is ook de missie van de kleine Engelse jachtbommenwerper, type Mosquito MK VI, die van maandag- op dinsdagnacht van 5 op 6 juni 1944 opstijgt vanuit het basisstation Manston. Rond 02.00 uur vliegt de Mosquito over het IJsselmeer, ten oosten van Scharwoude nabij Hoorn. Piloot Arthur Whitten-Brown en navigator Victor George Brewis zijn beiden luitenant van het 605 Squadron Fighter Command RAF.

Erepenning van de stad Hoorn

De Havilland Mosquito dankt zijn naam aan de afmetingen en het gewicht. Omdat het jachtvliegtuig bijna geheel van hout is, is het licht van gewicht en kan het veel brandstof bevatten. Dit typische Engelse vliegtuig bevat Rolls-Royce motoren en is daarmee snel en wendbaar. Het wordt door de Engelsen ook wel het Wooden Wonder of Mossie genoemd. Standaard heeft het toestel vier 20mm boordkanonnen in de neus. Daarnaast kan het toestel worden uitgerust met 1800 kilo aan bommen of acht raketten onder de vleugels. Welke bommen het toestel van Whitten-Brown bij zich had, is niet bekend, wel dat het die nacht een zogenaamde Intruder Mission op vliegbasis Leeuwarden heeft en dus bommen of raketten of een combinatie daarvan bij zich heeft gehad.

De Engelse vliegeniers zijn daarnaast zelf ook bewapend, maar de Engelse vliegtuigen hebben niet net als de Amerikaanse bommenwerpers een buikkoepel waaruit men kan vuren en zijn daardoor meer kwetsbaar voor vijandelijke nachtjagers. De Duitsers stemmen hun tactiek hierop af door de bommenwerpers van achter en onder aan te vallen. Duitse nachtjagers beschikken over een schuin naar boven gericht vizier en boordkanonnen. Ze kunnen van korte afstand bijna altijd doeltreffend vuren, wat in combinatie met het Duitse radarsysteem voor de Engelse bemanningsleden soms volkomen onverwachts komt.

Herdenkingsmonument in Hoorn

Arthur Whitten-Brown Senior en Victor Brewis

Of dit ook met de Mosquito van Arthur Whitten-Brown en Victor Brewis is gebeurd, is niet bekend. Maar het vliegtuig stort op 6 juni rond 02.00 uur in het IJsselmeer. Het lichaam van Arthur wordt pas op 22 juni teruggevonden in het IJsselmeer. Een week daarvoor, op 15 juni, spoelt het lichaam van Victor in de buurt van Hoorn aan. Beide bemanningsleden worden ook begraven op de algemene begraafplaats aan het Keern te Hoorn. Het bericht van het overlijden van Arthur treft zijn vader – ook Arthur genaamd – zo, dat het niet meer goedkomt met de toch al broze gezondheid van deze luchtvaartpionier. Arthur Witten-Brown senior vloog in 1919 namelijk als eerste over de oceaan – als navigator op de eerste non-stop Trans-Atlantische vlucht. Lees er hier meer over.

Maar hoe zit het nu met dat groene bordje bij de toegangspoort van de begraafplaats aan het Keern? Als een begraafplaats één of meerdere geallieerde oorlogsgraven heeft, dan hangt er dus zo’n bordje met het opschrift ‘Oorlogsgraven van het Gemenebest – Commonwealth War Graves’ bij de ingang. Oorlogsgraven zien er niet altijd zo uit als in de films: in lange rijen met dezelfde stenen of kruizen zoals op de grote erevelden. Vaak heeft de familie van de Nederlandse oorlogsslachtoffers zelf een grafmonument geplaatst en zijn de graven dus niet eenvoudig te ontdekken (kijk op de site van de Oorlogsgravenstichting: daar wordt de aanduiding van de ligplaats aangegeven, meestal met foto van het grafmonument). Buitenlandse militaire graven zijn echter wel vaak goed herkenbaar, zoals de vier op het Keern. De graven van vier Engelse vliegers op het Keern kregen een officiële grafsteen van de Commonwealth War Graves Commission. Deze staan naast elkaar en zijn identiek.

De Commonwealth War Graves Commission (CWGC) herdenkt de meer dan 1,7 miljoen overleden mannen en vrouwen van het Gemenebest, met een naam op een graf of op een monument van de Vermisten. Het betreft gesneuvelden van WOI (1,1 miljoen) en WOII (600.000). In Nederland zijn 19.800 CWGC oorlogsgraven op in totaal 16 militaire begraafplaatsen en 450 gemeentelijke begraafplaatsen (met dus een kenmerkende steen van de CWGC). De Algemene Begraafplaats aan het Keern is één van die 450 gemeentelijke begraafplaatsen.

Om de oorlogsslachtoffers te herdenken legt het bestuur van ‘Comité 40-45 Hoorn’ elk jaar op 4 mei bloemen op de oorlogsgraven. De Engelse piloten worden herdacht met een bloemstuk, maar ook op de Nederlandse oorlogsgraven worden bloemen gelegd. Dat zijn de acht graven die bij de Nederlandse oorlogsgravenstichting vermeld staan. Het graf van Hendrik Danner die in 1944 bij Muiden door oorlogsgeweld om het leven kwam, wordt ook in dit eerbetoon betrokken. Omdat de Nederlandse oorlogsgraven niet makkelijk te vinden waren, zijn er rode geraniums op geplant, net als op de vier Engelse graven. (Overigens zijn er in Hoorn ook Nederlandse oorlogsgraven te vinden op de Rooms Katholieke Begraafplaats aan de Drieboomlaan.)

Verdieping

Kijk hier naar een video van NH Nieuws over het opknappen van de begraafplaats aan het Keern.