Italiaanse onderduikers in de koepelkerk

Over dit verhaal

Ook de Hoornse pastoor Van der Meer helpt mee met het verbergen van onderduikers. In het laatste oorlogsjaar vinden vier gedeserteerde Italiaanse soldaten een veilige schuilplaats in ‘zijn’ koepelkerk op het Grote Noord. En daarom is het altaar dus nu van Italiaans marmer….

Als je tijdens de mis helemaal voorin in de rechter kerkbank zit, vang je soms een glimp op van vier Italianen op de galerij daarboven. Ze zaten waarschijnlijk vanaf najaar 1944 ondergedoken in de Cyriacus- en Franciscuskerk – oftewel de Koepelkerk. De vier gedeserteerde soldaten verbergen zich in de ruimte boven de sacristie, maar dat is minder geheim dan men denkt. De deken, kapelaans en de koster weten het officieel, maar ook de schoonmaaksters van de kerk zoals de moeder en oma van Frans Zack bijvoorbeeld. Als de kleine Frans met zijn moeder meegaat, ontmoet hij de Italianen weleens. Ook zwaaien de mannen vanuit de kerk naar de zonnende buurvrouw Phil Visser.

Maar hoe komen die Italianen daar? Italië was in eerste instantie de bondgenoot van de Duitsers. Na de val van Mussolini in juli 1943 geeft het Italiaanse leger zich echter over aan de geallieerden. De Duitsers nemen wraak: op het Griekse eiland Kefalonia worden alle vijfduizend Italiaanse militairen geëxecuteerd. En zevenhonderdduizend Italianen belanden in gevangenissen en concentratiekampen. Bijna de helft overleeft het niet. De krijgsgevangenen worden ook gedwongen te werk gesteld: deze ‘Hilfswilligen’ moeten ook in Hoorn aan de slag. In haar oorlogsdagboek schrijft Christine Kerkmeijer-de Regt op 1 november 1943: ‘Er zijn Italianen gekomen, die ondergebracht zijn in het hotel Het Witte Paard, dat daarvoor gevorderd is. Het zijn blijkbaar krijgsgevangenen, die dienst doen bij de paarden.’

George Baker, filmstill uit ‘Andere tijden’

Van vijand worden de Italianen nu ook slachtoffers van de oorlog, ze worden met andere ogen bekeken. Er ontstaan zelfs romances met Hollandse meiden. De Hoornse zanger George Baker is zoon van zo’n Italiaanse soldaat. In het tv-programma Andere Tijden ‘Het verborgen verleden van George Baker’ uit 2018 gaat hij op zoek naar zijn nooit-gekende vader. Daarin delen Horinezen verhalen over Italiaanse soldaten die kinderen trakteren op speeltuin en priklimonade, waarschijnlijk misten ze hun kinderen thuis. En voor een portie verse kikkers hebben ze een beloning over, hoewel het voor de kinderen die ze vangen onbegrijpelijk is dat kikkerbillen een lekkernij is…

Als gevangenen hebben de Italiaanse overlopers – zoals de Duitsers het zagen – het slecht. Ze werken in de gemeentelijke paardenstal aan de Veemarkt (het witte pand naast café Jan Pietersz. Coen), en op de Italiaanse Zeedijk, waar ze de paarden van de officieren verzorgen. Frans Berkeveld ziet als kind hoe Duitse soldaten de Italianen met stukken hout tot bloedens toe slaan. Niet verwonderlijk dat men probeert te ontsnappen. De vier kerkgangers hebben waarschijnlijk de chaos op Dolle Dinsdag (5 september 1944) aangepakt om te ontkomen. Die dag nemen vele Duitsers, mannen van de Landwacht en NSB’ers een overhaaste vlucht naar het oosten omdat het tij voor hen lijkt te keren. Er volgt echter nog een lange Oorlogswinter in het noorden van Nederland.

Klanten drommen op Dolle Dinsdag samen bij een winkel, die oranje vlaggetjes verkoopt.(Publiek Domein – Menno Huizinga – NIOD – wiki )

Pastoor Van der Meer neemt met de onderduikers een groot risico: de Wehrmacht zit in de St. Jozefschool die achter de kerk ligt. En de kelderruimtes van de kerk dienen als bergruimte voor de Duitsers. Daarom blijven de onderduikers meestal in hun schuilplaats boven de sacristie. In ruil voor het onderdak helpen ze bij het schoonhouden van de kerk. Uiteraard staat koster Zwart dan op de uitkijk. Pas op bevrijdingsdag kunnen de Italianen hun schuilplaats verlaten. Vlak daarop keren ze terug naar huis.

Pastoor Van der Meer reist na de oorlog regelmatig naar Italië en zoekt daar ook zijn onderduikers op. De vader van één van de Italianen bezit een marmergroeve. Uit dankbaarheid schenkt hij de koepelkerk een marmeren priesterkoor en altaar. De pastoor mag zelf het marmer uitzoeken, het wordt in Italië op maat gemaakt en afgewerkt. Met de trein komt het marmer naar Hoorn en zo is er vandaag de dag nog altijd een tastbaar aandenken te vinden aan de Italianen en aan de moed van Pastoor Van der Meer.

Verdieping

Kijk hier het programma Andere Tijden ’Het verborgen verleden van George Baker’