Het stille geheim
achter een winkelpui

Achter de gevel van de winkel ‘Het Gele Teken’ op het Grote Oost 35 gaan vele verhalen schuil. Tijdens WOII verblijven er in dit winkelpand namelijk tientallen onderduikers. Gré Visser en Jan Ruiter riskeren hun eigen leven om het leven van vele anderen te redden. Zelfs nadat Gré is opgepakt.

Gré en Jan wonen met hun zoontjes Bart en Bob aan het Grote Oost. Ze runnen daar een zaak in textiel en woninginrichting. Het echtpaar houdt zich vanaf het begin van de oorlog al bezig met het verzet. Jan weet zoveel vertrouwen te winnen op het distributiekantoor dat hij vrijelijk over bonkaarten kan beschikken. Ze worden verdeeld over de ondergedoken Joden in de regio en in Noord- en Oost-Nederland. Als vervolgens aan Gré en Jan wordt gevraagd of zij een Joodse dokter en zijn vrouw in huis willen nemen, vinden ze dat vanzelfsprekend. En als een Joodse zakenrelatie afscheid komt nemen omdat hij zich met zijn vrouw moet aanmelden voor Westerbork, stelt Jan dat er ook plaats is voor hen.

Soms zitten er wel zestien personen tegelijk in huis ondergedoken. Joodse mensen, verzetslieden, jonge mannen die de Arbeitseinsatz (tewerkstelling in Duitsland) weigeren: allen krijgen een veilige verstopplaats achter de winkel en op de zolder. Gré zorgt voor eten en regelt samen met Jan persoonsbewijzen, bonkaarten en stempels. Sommigen blijven lang, anderen alleen tot Jan een ander veilig onderduikadres voor ze vindt. De achterkant van het huis wordt speciaal voor de onderduikers verbouwd; er komt een schuilplaats voor tien personen in twee kasten rondom een schoorsteen. Jarenlang komen de onderduikers niet buiten, niet eens in de tuin: men weet niet zeker of de buren te vertrouwen zijn.

Niet op Grote Oost 35 maar een voorbeeld van een ander onderduikadres in Hoorn, bij de familie Oortman – Gerlings. Door een kast kwam je op een geheime zolder.

Het gezinsleven wordt er niet makkelijker op. Financiële zorgen, een miskraam, Jan die zijn eigen plan trekt. De onderduikers worden steeds meer Gré’s verantwoordelijkheid. Maar Gré gaat door. Op een dag is de dreiging zo groot dat zij en alle onderduikers het huis moeten verlaten. De dag erna komt Gré terug om koffers, stempels en vervalste papieren te verstoppen. Als ze een overhemd wil brengen aan een van de onderduikers op zijn nieuwe adres, wordt Gré opgepakt. Jan duikt onder.

Voorgevel van het Huis van Bewaring aan de Weteringschans in Amsterdam. Ook Anne Frank en haar familie is in deze beruchte gevangenis opgesloten geweest.

Het concentratiekamp lijkt Gré’s eindbestemming. In de gevangenis in Amsterdam is de bewaking zo zwaar dat de leden van haar verzetsgroep het niet aandurven om haar te bevrijden. Ze wordt mishandeld, maar haar verzonnen verhaal dat de spullen bedoeld zijn voor de zwarte handel wordt door de beruchte Willy Lages geaccepteerd. Ze kan ‘opdonderen.’

Jan blijft op zijn onderduikadres, maar Gré keert terug naar huis. En als de kust veilig is, komen ook alle onderduikers weer terug. En met het verstoppen van onderduikers gaat ze door tot de oorlog is afgelopen, geholpen door het verzet. In 2011 krijgt Gré 2011 de titel ‘Ereburger van Hoorn’. In dat jaar schrijft ze op 90-jarige leeftijd haar boek ‘Toen was ik Greetje van Hoorn…nu Gré Visser’. Daarin vertelt ze over de jaren 1940-1945 en stelt dat ‘een ander die het moeilijk heeft, geholpen moet worden, want iedereen heeft een bestaansrecht’. In 2015 wordt ze postuum onderscheiden met de hoogste Israëlische onderscheiding, de Yad Vashem.

‘Een ander die het moeilijk heeft moet geholpen worden, want iedereen heeft een bestaansrecht.’ – Gré Visser

Op 5 mei 1945, Bevrijdingsdag, wordt deze foto gemaakt op de binnenplaats achter het huis, met daarop de hele familie en alle onderduikers die er op dat moment woonden.
De foto is ook te zien op het pand Grote Oost 35 als gedenksteen.

Verdieping

Kijk op de site van Vereniging Oud Hoorn de filmpjes over honger in de oorlog.

Lees hier een artikel op de Oud Hoorn website over de onthulling van de gedenksteen.