Heldin zonder
standbeeld

Over dit verhaal

Trien voor het Centraal Station in Amsterdam, ca. 1929 (onbekende stadsfotograaf)

Ze strijdt in de jaren ’30 voor vrouwen- en arbeidersrechten, maar belandt door haar strijdlust in concentratiekamp Ravensbrück. Ook daar blijft Trien de Haan-Zwagerman (1891-1986) vrouwen empoweren. Ze schrijft gedichten om de moed en solidariteit levend te houden, tegen de haat en martelingen in.

Trien en Bart voor het Centraal Station in Amsterdam ca. 1932 (privécollectie).

Geboren in een arm boerengezin in Hauwert, kent Trien de last van armoede aan den lijve. Het sterkt haar in haar strijd voor een betere wereld. Eenmaal getrouwd met de Friese socialist Bart de Haan vestigt ze zich in Hoorn. Bart is actief in de linkse vakbeweging en Trien gaat mee naar vergaderingen. Ze wordt de vertrouweling van de bekende activist Henk Sneevliet en treedt toe tot de Revolutionair Socialistische Arbeiderspartij (RSAP). Trien richt een links-socialistische vrouwenbond op, start een bureau voor geboorteregeling in Hoorn en leidt de grote werklozenstaking in de Wieringermeer (1936). Bijzonder voor een vrouw in die tijd, maar Trien staat voor haar motto: ‘Kom vrouwen, aangepakt!’.

Haar oudste dochter Attie is het huis al uit, de 12-jarige Nellie woont nog thuis als WOII uitbreekt. Partijvrienden vluchten. Door de Centrale Inlichtingendienst zijn alle linkse kopstukken keurig in kaart gebracht: de Duitsers hoeven hen slechts op te halen. De verboden RSAP onder leiding van Sneevliet gaat direct ondergronds, enkele leiders duiken onder: ze vormen de eerste georganiseerde verzetsgroep in Nederland en noemen zich het Marx-Lenin-Luxemburg Front (MLL-Front). Zoals zo vaak is ook nu Trien de enige vrouw in de centrale leiding. Bij haar thuis op Noorderstraat 12 zijn verschillende geheime vergaderingen. Ze verspreidt ondergrondse kranten en pamfletten, brengt onderduikers onder en regelt passen voor mensen die naar het buitenland vluchten.

Hotel Bellevue aan de Noorderstraat werd in 1936 deels verbouwd tot een dubbel woonhuis. Eén helft, nr. 12, werd betrokken door het gezin De Haan (privécollectie)

Op 27 februari 1942 valt de Sicherheitsdienst binnen op Noorderstraat 12 en wordt Trien gearresteerd. Ze aasden al op de verzetsgroep en na verraad van een partijgenoot worden alle leiders van het MLL-front opgepakt, als laatste Henk Sneevliet. Trien wordt naar de Krententuin gebracht, de gevangenis op het Oostereiland. Na het vertrek van de Duitsers zet een Nederlandse bewaker de deur echter open met de woorden: ‘Mevrouw de Haan zetten we hier niet gevangen’. Maar Trien blijft, het zou voor Bart en haar dochter Nellie slecht aflopen als ze vlucht. Ze wordt afgevoerd naar Amsterdam en belandt na een half jaar via het Oranjehotel (Scheveningen) in het Duitse vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück, waar de omstandigheden verschrikkelijk zijn. Ruim 90.000 van de 130.000 gevangenen overleven het niet. Ze bezwijken aan het zware werk, de honger, de ziekten, de experimenten van de kampartsen of de gaskamer.

Tijdens Triens driejarige gevangenschap gaan Bart en dochter Nellie door met verzetswerk, ze blijven onderduikers herbergen en Bart neemt deel aan het gewapend verzet. De jonge Nellie, in 1942 nog pas vijftien, handelt moedig in Triens aard. Ondertussen smokkelt Trien in het kamp kleding voor haar medegevangenen uit de linnenkamer, tegen de extreme kou. Ze schrijft gedichten die moed en hoop geven in de diepe duisternis. ‘Komt reiken we elkaar de handen…. Samen lijden, samen strijden.’ Ook weet ze stadsgenoot Aaf Dell van de gaskamer te redden door haar uit de dodenrij te manoeuvreren. Maar als een achttal naaste vriendinnen in februari 1945 geëxecuteerd wordt, sterft er ook iets in Trien.

Ik ben zo moe, ik kan niet meer

’t Is of ik een misdaad heb begaan

En m’n trouwste, beste vrienden

In nood alleen heb laten staan.

Kamp Ravensbrück (collectie onbekend)

Trien – voorgrond met donkere sjaal – op de kade in Malmö, april 1945 (trailer tv-documentaire Every Face Has a Name).

(Alle foto’s aangeleverd door Bart Lankester).

Op 22 april 1945 redt het Zweedse Rode Kruis een groot aantal overlevenden uit het kamp. Ook Trien is daarbij. Na drie maanden aansterken in Zweden sluit ze Bart en Nellie weer in de armen. Ze blijft politiek en maatschappelijk actief, heropent het inlichtingenbureau voor geboorteregeling – in 1946 onder de vlag van de NVSH – en waarschuwt voor de gevaren van oorlog door het geven van lezingen over haar kampervaringen. Ze wordt een overtuigd pacifiste en richt in 1958 de Hoornse afdeling van de PSP op.

Een verzetspensioen krijgt ze echter niet, waarschijnlijk vanwege haar radicaal-socialistische overtuiging. Pas in 1975, 30 jaar na de oorlog, ontvangt Trien een gedeeltelijk verzetspensioen, het verzorgingstehuis kan ze amper betalen. In de laatste jaren voor haar overlijden op 94-jarige leeftijd komen, geplaagd door dementie, de afschuwelijke herinneringen aan Ravensbrück steeds vaker boven. Trien verliet het kamp, maar het kamp heeft haar nooit verlaten.

Verdieping

Het leven van Trien de Haan is in 2017  beschreven door Bart Lankester in het boek ‘Kom vrouwen, aangepakt!

Lees hier enkele gedichten van Trien de Haan