Iedereen van de verzetsfamilie Leeuw uit Zwaag speelde zijn eigen rol

Ze waren boos en verbolgen over de bezetting door een vreemde krijgsmacht. Ze voelden zich onmachtig door het gevoel dat ze zich niet tegen de Duitsers en het nazisme hadden kunnen verdedigen. Vanuit een sterk gevoel voor rechtvaardigheid kwamen ze in opstand: timmerman Arend Leeuw (1889) en zijn vrouw Betje (1891), zoon Arie (1915) en zijn vrouw Griet (1916), zonen Joop (1919) en Jaap (1924) en dochters Alie (1927) en Jannie (1932).

De vier mannen in de familie raakten in de loop van de oorlog onder meer actief betrokken bij de wapendroppings in Zwaagdijk-Oost. Moeder Betje sjouwde net zo hard mee. Haar dochters Alie en de nog jonge Jannie, evenals schoondochter Griet en haar piepjonge dochter Elly, verleenden hand- en spandiensten. Ze hielpen bij het verspreiden van het illegale blad “De Glimworm” en deden risicovol koerierswerk.

De familie Leeuw bij de terugkeer naar huis op 25 Mei 1945. Links: Jannie (met kniekousjes) en Elly. Daarachter Griet Leeuw-Roos met dochter Irene op haar arm. Rechts naast haar de verzorgster van Grietje Leeuw, de gehandicapte zus van Arend Leeuw. Voor haar: Grietje Leeuw (met zwart kraagje). Daarnaast Arend Leeuw, zijn vrouw Betje en hun zonen Arie en Joop Leeuw. Geknield: Jaap (links) en Alie (rechts) Leeuw. Foto: archief familie Leeuw.
De familie Leeuw bij de terugkeer naar huis op 25 Mei 1945. Links: Jannie (met kniekousjes) en Elly. Daarachter Griet Leeuw-Roos met dochter Irene op haar arm. Rechts naast haar de verzorgster van Grietje Leeuw, de gehandicapte zus van Arend Leeuw. Voor haar: Grietje Leeuw (met zwart kraagje). Daarnaast Arend Leeuw, zijn vrouw Betje en hun zonen Arie en Joop Leeuw. Geknield: Jaap (links) en Alie (rechts) Leeuw. Foto: archief familie Leeuw.

Ze deden het allemaal voor volk en vaderland. Daarvoor hoefden ze niet te worden geëerd, want ze vonden het niks speciaals. Of, zoals Joop Leeuw het ver na de oorlog formuleerde: “We deden eigenlijk wat we nodig vonden“

Hun kinderen en (achter)kleinkinderen denken daar anders over. Zij willen een tastbare herinnering aan wat hun (groot)ouders in het verzet hebben gedaan en vinden een straatnaam of gedenkteken op zijn plaats. “Ere wie ere toekomt. Zij waren tegen, maar ook bang van oorlog. En toch kwamen ze in actie.”

Jeannette, een dochter van Jaap Leeuw, heeft intussen tassen vol informatie verzameld over haar grootouders en ooms en tantes. Het zijn mappen vol. Haar oom Joop had alles over de oorlogsperiode en bevrijding bewaard. Genoeg om de wens voor een straatnaam of andere tastbare herinnering te ondersteunen. Kleindochter Kiona heeft twee boxen vol origineel materiaal uit het familiearchief. Sommige stukken kwamen pas recent tevoorschijn, verstopt in een kast. En inmiddels beschikken de twee ook over ondersteunend bewijs uit het Nationaal Archief.

Joop kon met zijn verzameling in 2005 in Zwaagdijk-Oost ter gelegenheid van 60 jaar vrijheid een tentoonstelling vol vullen. Inclusief zorgvuldig bewaard gebleven parachutes en documenten van het droppingsveld “Oliver”. Helaas is de door de hele familie Leeuw gemaakte maquette (inclusief kleine zijden parachutes) van de boerderij van Arie Galis, waar droppingsveld Oliver bevond bij uitleen verloren gegaan.

Bij die gelegenheid liet de toen 85-jarige Joop Leeuw optekenen: “Wat ik deed was maar een druppel. Maar met elkaar werd het toch een flinke straal.”

Jeannette (dochter van Jaap Leeuw) en Kiona Leeuw (kleindochter van Arie Leeuw) pleiten ervoor dat er in Zwaag een straatnaam komt voor hun familie of een ander tastbaar gedenkteken. Daarin worden ze gesteund door diverse andere nakomelingen van de acht verzetslieden in de familie Leeuw.

Joop Leeuw in 2005 met de baret waarmee hij tijdens de bezettingsjaren stil in verzet ging.
Joop Leeuw in 2005 met de baret waarmee hij tijdens de bezettingsjaren stil in verzet ging.
Op zijn werkhoed had hij de Nederlandse vlag genaaid. De baret is nooit weggegooid. Foto’s: Henk de Weerd en familie Leeuw.
Op zijn werkhoed had hij de Nederlandse vlag genaaid. De baret is nooit weggegooid. Foto’s: Henk de Weerd en familie Leeuw.

Mobilisatie en evacués

Voor de familie Leeuw begint de oorlog met de oproep voor mobilisatie van Arie Leeuw in augustus 1939. De oproep komt overigens als verwacht; de 24-jarige Arie is immers reservist. Arie wordt gelegerd in het Brabantse Nistelrode.

Thuis in Zwaag krijgt het hele dorp in die mobilisatieperiode te maken met de opvang van mensen uit Nederhorst den Berg die moesten worden geëvacueerd. Om Amsterdam tegen een mogelijke vijandelijke inval te beschermen, wordt de daar gelegen polder Horstermeer onder water gezet. De bewoners moeten hun huis verlaten. Zwaag krijgt 800 evacués.

Ook bij de Familie Leeuw worden vluchtelingen geplaatst. De familie Blom bij Arend en Betje en de familie de Geus bij Arie’s vrouw Griet. De evacués zijn de mensen uit Zwaag zeer dankbaar en dat zal enkele jaren later blijken. Als Arie en Jaap een onderduikadres nodig hebben, kunnen ze in Nederhorst den Berg terecht.

De boerderij en Timmermanswerkplaats van Arend en Betje Leeuw tijdens de oorlog aan de Dorpsstraat 138 (indertijd nummer 175). Na de oorlog kreeg het bedrijf de naam Bouw- en aannemersbedrijf A. Leeuw sr. en zonen. Arend en Betje zetten het bedrijf gezamenlijk met Joop en Jaap voort. Foto: familie Leeuw.
De boerderij en Timmermanswerkplaats van Arend en Betje Leeuw tijdens de oorlog aan de Dorpsstraat 138 (indertijd nummer 175). Na de oorlog kreeg het bedrijf de naam Bouw- en aannemersbedrijf A. Leeuw sr. en zonen. Arend en Betje zetten het bedrijf gezamenlijk met Joop en Jaap voort. Foto: familie Leeuw.

Tijdens zijn mobilisatie ziet Arie al de gevolgen van het nazisme en de opkomst van de NSB. Hij moet er niets van hebben. Net als de rest van de familie Leeuw trouwens. Ondertussen sluiten zich in Zwaag wel steeds meer vrienden en kennissen van ze aan bij de NSB. Halverwege het jaar 1941 wordt het goed duidelijk welke kant het opgaat door een incident. Een jonge dorpsgenoot wordt voor straf naar Duitsland gestuurd, vanwege een ruzie met een NSB-leeftijdsgenoot.

Dan is de maat voor de familie Leeuw vol. Arend ontslaat zijn vrachtrijder, die NSB’er is. En er wordt niet meer voor NSB’ers gewerkt. De jongens Leeuw leggen samen met een aantal anderen wekelijks geld bij elkaar om de achtergebleven ouders financieel te helpen. Zij zijn namelijk deels afhankelijk van de inkomsten van hun naar Duitsland gestuurde zoon.

Joop pleegt stil verzet door een plaatje met de (inmiddels verboden) vaderlandse vlag op zijn groene werkhoed te plakken.

Opgeroepen voor de Arbeitseinsatz

Wanneer Arie op 17 juni 1942 een oproep krijgt om gekeurd te worden voor tewerkstelling in Duitsland (Arbeitseinsatz), doen hij en zijn vader Arend verwoede pogingen in Alkmaar en Hoorn om vrijstelling te krijgen. Ze hebben argumenten genoeg. Arie is zelfstandige met een eigen loodgietersbedrijf, kostwinner, getrouwd én vader. Zelfs een brief van de burgemeester van Zwaag helpt niet. Arie besluit onder te duiken. Net als later, in 1943, zijn broers Joop en Jaap. De familie gaat ondergronds en komt in verzet.

In het midden de woning van Arie en Griet Leeuw-Roos aan de Dorpsstraat 126 in Zwaag na de oorlog. In het huis (indertijd 182a) waren diverse schuilplaatsen gerealiseerd. Foto: familie Leeuw.
In het midden de woning van Arie en Griet Leeuw-Roos aan de Dorpsstraat 126 in Zwaag na de oorlog. In het huis (indertijd 182a) waren diverse schuilplaatsen gerealiseerd. Foto: familie Leeuw.

Ze opereren onder schuilnamen. Vader Arend wordt “Kees Bas”, moeder Betje wordt “Betje Bas”, Arie gaat door het leven als ”Simon Ooteman”, Joop wordt “Hans” en Jaap krijgt de schuilnaam “Koos”.

Thuis bij vader Arend wordt een schuilplaats in gereedheid gebracht. Midden in de stolpboerderij aan de Dorpsstraat 175 wordt in de hooiberg in het vierkant een verlengde bedstede met alkoof klaargemaakt.

Arie, die een paar huizen verderop op nummer 182a woont, kan zich bij zijn stiekeme bezoeken aan zijn gezin achter schotten in het puntdak verbergen. Ook in de kasten tussen de voor- en achterkamer op de begane grond bevindt zich een schuilplek. Boven, achter het knieschot, heeft de familie later diverse verzetsherinneringen aangetroffen. Bijvoorbeeld de oranje armbanden van de Binnenlandse Strijdkrachten.

Voorpagina en pagina uit dagboek Arie Leeuw. Foto’s: familie Leeuw.
Voorpagina en pagina uit dagboek Arie Leeuw. Foto’s: familie Leeuw.

Altijd onderweg

Arie begint in 1942 een dagboek. Hij zwerft door heel Nederland en brengt vele weken door in Brabant, op de boerderij van zijn dienstvriend Janus van Uden. Hij helpt er onder andere met de fruitoogst (kersen en frambozen), het bewerken van land, doet timmerwerk, helpt bij de oogst van hooi en rogge en het planten van kool. Ook in Apeldoorn verblijft Arie diverse keren. De meeste van zijn vrienden en dorpsgenoten denken dat Arie in Engeland zit.

Nergens blijft hij lang, want Arie wordt gezocht. Dat blijkt als hij van thuis een brief krijgt dat ze in Zwaag huiszoeking hebben gedaan. Overal loert het verraad. Arie is dan ook voortdurend onderweg met fiets en trein. Naar het Zuiden, Oosten en langs diverse adressen in West-Friesland.

Toch gaat hij af en toe ook “gewoon” naar huis. Als een dief in de nacht komt hij dan thuis om de meeste tijd verscholen voor de buitenwacht door te brengen. Kleine Elly (1939) krijgt het geheimhouden met de paplepel ingegoten. “Je ziet niks, je hoort niks en je weet niks!”.

Arie leert thuis zelfs wol spinnen op het spinnenwiel van een goede bekende. Hij besluit zijn eigen spinnenwiel te maken. Met de verkoop van wol en zeep (zeer schaars) probeert hij tijdens zijn onderduik aan inkomsten te komen.

Irene: een verboden naam

Arie is precies op tijd weer in Zwaag om de geboorte van zijn tweede dochter mee te maken. Op 15 maart 1943 wordt Irene geboren. Als onderduiker kan Arie zelf de geboorte van zijn dochter niet bij de burgerlijke stand aangeven. Dat doet zijn vader Arend. Die krijgt te horen dat Irene een voor de Duitsers verboden naam is, want verbonden met het koningshuis. Hij kiest voor de naam Grietje.

Na de bevrijding kon je je naam weer (kosteloos) laten veranderen. Hierop worden Arie en Griet attent gemaakt door een bevriende ambtenaar. Alleen……. de naam van de vader wordt niet gewijzigd. En zo kan het gebeuren dat, als Irene eind jaren zestig trouwt met Piet Houter, opa Arend als haar vader wordt genoemd. Ter plekke wordt de huwelijksakte aangepast om het huwelijk rechtsgeldig te maken.

Elly (1939) en haar zusje Irene (1943) die tijdens de oorlog Grietje heette, omdat de naam Irene verboden was, vanwege de vernoeming naar een prinses van Oranje. Foto: familie Leeuw.
Elly (1939) en haar zusje Irene (1943) die tijdens de oorlog Grietje heette, omdat de naam Irene verboden was, vanwege de vernoeming naar een prinses van Oranje. Foto: familie Leeuw.

De SD met drie man voor de deur

Intussen zijn Joop en Jaap ook ondergedoken. Eerst allebei in het Friese Harlingen. Daarna duikt Joop eerst thuis onder; vanaf 2 november 1944 zit hij ondergedoken bij de familie Van Klaveren in Hauwert. Jaap kan een tijdje terecht bij de familie De Geus in Nederhorst den Berg. De dankbare oud-evacués van Arie en Griet konden al na enkele weken naar huis terugkeren.

Ook in Nederhorst Den Berg worden voorzorgen getroffen voor het geval er onverwacht onraad is. Op zolder is een schot gemaakt met een schuilplaats voor Jaap. De twee dochters slapen daar samen in één bed, onderduiker Jaap in het andere. Als er onverhoopt huiszoeking komt, zal Jaap zo snel mogelijk naar zijn onderduikplek gaan (achter het knieschot). Een van de dochters zal gauw in het nog warme bed van Jaap kruipen, zodat de Duitsers bij een huiszoeking geen argwaan krijgen.

Begin 1944 blijkt hoe verstandig deze voorzorgsmaatregelen zijn. Er is verraad in het spel en op een kwade avond staan er drie man van de gevreesde Sichterheitsdienst aan de deur bij De Geus. Pa de Geus houdt de mannen zo lang mogelijk aan de praat en ook moeder De Geus draagt haar steentje bij. Bij de huiszoeking wordt alles overhoop gehaald en Jaap staat doodsangsten uit, weet zijn dochter Jeannette.

Op zijn ziekbed in 2001 komen de oorlog en de herinnering aan deze gebeurtenis in volle hevigheid bij Jaap terug. “De angst in zijn ogen bij die herinnering zal ik nooit vergeten”, vertelt dochter Jeannette.

Een B-17 stort neer in Midwoud

Jaap moet dus een nieuw onderduikadres zoeken en zwerft in West-Friesland van adres naar adres. Eerst kan hij terecht in de timmermanswerkplaats van de familie Franke in Spanbroek, later bij de familie Burger in Oostwoud. Op 20 januari 1945 stort in Midwoud een B17 bommenwerper neer. Jaap en de zoon des huizes, de student Piet Burger, zien het van nabij gebeuren. Als ze naar buiten vliegen en aan de overkant van de weg de akker op lopen, zien ze boven hun hoofd een parachute naar beneden storten. Het is die van luitenant Cecil “Tuck“ Belton. Cecil (roepnaam Bill) is even gedesoriënteerd, maar overleeft het ongeluk. Als enige van de negen bemanningsleden aan boord van de bommenwerper, die de bijnaam Lucky Lady heeft.

Op 20 januari 1945 stort in Midwoud de B17 bommenwerper Lucky Lady neer. Foto: ZZAirway.
Op 20 januari 1945 stort in Midwoud de B17 bommenwerper Lucky Lady neer. Foto: ZZAirway.

“I am American”, zijn z’n eerste woorden. Jaap en Piet, die Engels spreekt, brengen hem naar binnen. Een buurvrouw en een verpleegster die daar in huis is, verlenen eerste hulp.

Bill Belton verkeert in de veronderstelling dat hij in bevrijd gebied is. Piet Burger maakt hem duidelijk dat dat niet het geval is.

De Amerikaan moet dan ook zo snel mogelijk via het verzet in veilig gebied komen. Voorlopig moet hij maar naar de boerderij van de familie Galis in Zwaagdijk, wordt besloten. Dorpsgenoot Maarten Meurs (van het plaatselijke verzet) staat zijn fiets af voor Belton, die nog nooit heeft gefietst. Tussen Jaap Leeuw en Piet Burger, gaan ze op weg.

In Oostwoud, halverwege de Hauwertstraat (nu Heemraadwitweg) is er bij de tuindersboet van D. de Vries een tussenstop afgesproken. Hier voegt Maarten Meurs zich weer bij het gezelschap. Hij heeft andere kleding voor de Amerikaan bij zich. Het vliegenierspak, de laarzen en de handschoenen worden in de schuur verstopt en daarna gaan ze verder op pad. Piet fietst steeds vooruit om te kijken of er geen onraad is. Jaap en Maarten volgen met Bill tussen hen in. Bill krijgt de opdracht om niet te spreken en zich van de domme te houden.

Piloot Cecil Kenneth Belton overleeft als enige van de negen bemanningsleden. Met hulp van het verzet slaagt hij erin veilig terug te keren naar Engeland. Foto: ZZAirway.
Piloot Cecil Kenneth Belton overleeft als enige van de negen bemanningsleden. Met hulp van het verzet slaagt hij erin veilig terug te keren naar Engeland. Foto: ZZAirway.

Bij Galis in Zwaagdijk kan Belton even op adem komen, maar hij kan hier niet blijven. Arend en Betje zitten er namelijk al ondergedoken. In combinatie met de wapendroppings en bijkomende activiteiten zou zijn aanwezigheid hier te gevaarlijk worden.

Aan het eind van de middag wordt Bill opgehaald en overgebracht naar de eendenkooi. In deze veredelde kippenschuur, zitten leden van de knokploeg van Enkhuizen ondergedoken. Na een spannende week (zie ook: 'Knokploeglid Simon Kooter uit Blokker: een zwoeger die wel nooit leek te slapen' wordt Bill vanuit de eendenkooi naar het droppingsveld “Mandrill” in Spanbroek gebracht. Daar leert hij fietsen. Uiteindelijk bereikt Belton bevrijd gebied en keert hij veilig terug naar Engeland.

Na de oorlog komt er van de Amerikaanse Ambassade een bedankje voor Jaap Leeuw en zijn medehelpers. In 1978 komt Bill naar Nederland en ontmoet hij Jaap Leeuw: het is voor beiden een emotioneel weerzien.

Het laatste en 145ste nummer van “De Glimworm” verscheen op 19 september 1945. Voor deze laatste keer speciaal met een kop in kleur en daaronder de Nederlandse driekleur.
Het laatste en 145ste nummer van “De Glimworm” verscheen op 19 september 1945. Voor deze laatste keer speciaal met een kop in kleur en daaronder de Nederlandse driekleur.

In het najaar van 1944 sluiten de Duitsers het elektriciteitsnet af. Een groepje verzetsmensen in Zwaag besluit om het nieuws over de voortgang van de geallieerde legers via een pamflet te verspreiden. Arie beschikt over een stencilmachine. Hij schrijft samen met de onderwijzers meester Joosen en Jan Limonard (die berichten van de BBC kan vertalen) het illegale krantje vol.

Griet, Alie en Jannie Leeuw helpen bij de verspreiding, samen met onder andere Riet Schipper (schuilnaam Sonja). Er verschijnen 145 nummers, in een oplage van 200. Het pamflet krijgt de naam “De Glimworm” en hoopt daarmee een lichtpuntje in de duisternis te zijn. Het eerste nummer van “De Glimworm”, verschijnt op 12 oktober 1944. Het laatste nummer van De Glimworm is van 19 september 1945.

Koeriersters Riet Schipper en Alie Leeuw (rechts). Foto: uitsnede groepsfoto van het Zwaags verzet, kort na de bevrijding.
Koeriersters Riet Schipper en Alie Leeuw (rechts). Foto: uitsnede groepsfoto van het Zwaags verzet, kort na de bevrijding.

Het staat er zo gewoon: 145 keer. In werkelijkheid is het spannend en gevaarlijk werk. Het moet gebeuren in weer en wind en in het pikkedonker. Koerierster Riet Schipper beschrijft na de oorlog haar werk als volgt:

“De eerste tijd ben je een en al spanning, maar alles went. Na een paar maanden moet je daar nog om lachen. Natuurlijk, je doet nog voorzichtig. Zo nu en dan sta je stil om even te luisteren of scherp rond te zien. Maar je weet nu waar de (brieven)bussen zitten, welke hekjes piepen -voorzichtig – je weet hoe lang het duurt voor je in het licht komt van een naderende fiets. En die uitspringende donkere vlek daar, daar staat niemand hoor, dat is een struik en dat geklapper is van een windgenerator. Alleen in deze omstandigheden heb je een hekel aan de maan; je bent gesteld op de duisternis en zelfs op regen en sneeuw.”

Eind april 1945 krijgen de verspreiders van De Glimworm van hogerhand zelfs het dringende verzoek om hun gevaarlijke werk te staken. Omwille van hun persoonlijke veiligheid en omdat de Duitsers via de illegale pers proberen de ondergrondse op te rollen. Speciaal Zwaag is het “jachtterrein” van de Duitse Sicherheitsdienst.

Bij Arie thuis aan de Dorpsstraat 182a heeft de SD volgens de familie Leeuw dan al drie keer een inval gedaan.

Waarschuwing voor de plaatselijk commandant van Blokker over een mogelijke spion van de Sicherheitsdienst (SD) die met illegale blaadjes loopt om te infiltreren in het verzet (illustratie: Dankboek Jasper).
Waarschuwing voor de plaatselijk commandant van Blokker over een mogelijke spion van de Sicherheitsdienst (SD) die met illegale blaadjes loopt om te infiltreren in het verzet (illustratie: Dankboek Jasper).

Droppings op Oliver

Begin 1944 komt er een nijpend tekort aan munitie, wapens en andere materialen.

Het verzet probeert tevergeefs contact te krijgen met Engeland. Of de berichten komen niet aan of blijven onbeantwoord. Uiteindelijk, via mensen van “Vrij Nederland”, lukt het om contact te krijgen met de geallieerden en de regering in ballingschap in Engeland.

Vanuit Engeland komt in augustus 1944 het bericht dat alle verzetsgroepen in Nederland zich moeten bundelen in de Binnenlandse Strijdkrachten, de BS. Dit alles onder leiding van. Prins Bernhard. Er wordt besloten om het verzet van binnenuit te bewapenen door middel van wapendroppings.

Reconstructie van een wapendropping. Foto: Verzetsmuseum Amsterdam.
Reconstructie van een wapendropping. Foto: Verzetsmuseum Amsterdam.
Van links naar rechts staand: Arend Leeuw, (politieman) Aldert Bijpost, Klaas Snip en rechts achter hem Alie Leeuw. Knielend: Arie Galis, Simon Huisman, Joop Leeuw, Cor schouten, Willem Galis en Jo Wiering. Liggend: Jaap Leeuw. Foto: familie Leeuw.
Van links naar rechts staand: Arend Leeuw, (politieman) Aldert Bijpost, Klaas Snip en rechts achter hem Alie Leeuw. Knielend: Arie Galis, Simon Huisman, Joop Leeuw, Cor schouten, Willem Galis en Jo Wiering. Liggend: Jaap Leeuw. Foto: familie Leeuw.

Diezelfde maand worden de mannen van de familie Leeuw benaderd om te helpen om het verzet van materialen te voorzien. Het land van boer Arie Galis aan de Zwaagdijk-Oost, bekend onder de codenaam “Oliver”, is door “Engeland” geschikt bevonden voor droppings. Overigens worden er niet alleen wapens en munitie gedropt. Er komen ook pakketten met voedsel, sigaretten, medicijnen, zendapparatuur, batterijen, sabotagemateriaal, fietsbanden etc. mee.

Na de oorlog maken diverse leden van de familie Leeuw samen een maquette van de boerderij van Arie Galis, compleet met zijden parachutes. De maquette, hier tentoongesteld in 1985 in Wijdenes ter gelegenheid van 40 jaar bevrijding, is na uitleen in de jaren ‘90 verloren gegaan. Foto: familie Leeuw.
Na de oorlog maken diverse leden van de familie Leeuw samen een maquette van de boerderij van Arie Galis, compleet met zijden parachutes. De maquette, hier tentoongesteld in 1985 in Wijdenes ter gelegenheid van 40 jaar bevrijding, is na uitleen in de jaren ‘90 verloren gegaan. Foto: familie Leeuw.

Voor de ontvangst en het transport van de gedropte goederen is een flink aantal mannen (en vrouwen!) nodig. Dat zijn een terreincommandant en een ploegje dat de vliegtuigen met lampen binnenloodst (ontvangstploeg) inclusief een marconist of seiner die de benodigde code kan seinen. Er is een ploeg die de containers leegt en de parachutes weghaalt, een ploeg die verantwoordelijk is voor het vervoer (transportploeg). Daarnaast is bewaking nodig. Ten slotte moeten er koeriersters paraat staan, die over de afloop moeten berichten.

De ploeg van “Oliver” bestaat al met al uit zo’n twintig mannen en vrouwen.

Uit bewaard gebleven aantekeningen van Joop Leeuw blijkt dat de ploeg er tussen 21 oktober 1944 en 14 april 1945 in totaal veertien keer op uit is getrokken, waaronder zeven keer tevergeefs. Foto: familie Leeuw.
Uit bewaard gebleven aantekeningen van Joop Leeuw blijkt dat de ploeg er tussen 21 oktober 1944 en 14 april 1945 in totaal veertien keer op uit is getrokken, waaronder zeven keer tevergeefs. Foto: familie Leeuw.

Arend neemt de leiding

Arend, Arie, Joop en Jaap zijn vanaf het eerste begin van de partij. Hoewel de leiding van “Oliver” formeel in handen is van terreincommandant Klaas Snip, neemt Arend Leeuw in de praktijk vaak de leiding. Hij was volgens zijn familie autoritair, een man die gezag uitstraalde. Maar hij was ook heel begaan met mensen. Men vond hem sympathiek. Dat blijkt ook uit het verhaal van Johannes Wiering, een van de leden van de droppingploeg en buurman van Arie Galis.

“Hij (Arend) durfde alles, doch was bijzonder voorzichtig en secuur. Hij was er altijd bij. Hij hield ons nergens van terug, doch voordat het plan werd uitgevoerd, was het van alle kanten bekeken en besproken en wist elk onzer wat hij doen of laten moest. Alles gebeurde precies volgens een vastgesteld plan. Vader Leeuw was voor ons als een vader, vol zorg en medeleven met ons allen. Dat voelden wij allen aan en wij lieten ons deze bijzondere sympathieke zorg en leiding van hem gaarne welgevallen.”

Zes keer wacht de groep voor de eerste dropping tevergeefs op het aangekondigde vliegtuig. De zevende keer, op 21 oktober 1944, lukt het dan toch. Arie Leeuw is de marconist die in morse de juiste code voor de piloot seint. Dit is het teken voor de piloot dat de kust veilig is. Hij kan zijn lading containers van zo’n twee meter lang aan parachutes tegen wind in lossen.

In 1988 wordt er in ’t Weeltje (een meertje op de Zwaagdijk- Oost) gezocht naar de afgezonken containers. Foto: Jan Groot.
In 1988 wordt er in ’t Weeltje (een meertje op de Zwaagdijk- Oost) gezocht naar de afgezonken containers. Foto: Jan Groot.

Beneden staan de mannen en vrouwen klaar om de 150 tot 200 kilo zware containers met wapens en andere benodigdheden voor het verzet leeg te halen. Meestal zijn het er tussen 18 tot 26 stuks. Anderen brengen de parachutes in veiligheid.

De volle containers worden met paard en wagen vervoerd naar een schuur van Arie Galis. Daar worden ze uitgepakt. De munitie, geweren en andere attributen worden verstopt in het hooi. De volgende nacht, afhankelijk van het tijdstip van de dropping, worden ze ofwel naar de overkant gebracht (naar de boerderij van Jo Wiering), ofwel neergelegd in een al klaargelegde schuit. De lege containers worden afgezonken in het water het Weeltje. Van daaraf worden de wapens, verstopt onder een laag turf, de volgende dag via de Cromme Leek en de sluizen van Medemblik naar de Wieringermeer gevaren.

Overzicht van de geleverde wapens, verbandmiddelen, voedsel en kleding. Dit formulier is door Arend (schuilnaam Kees Bas) voor ontvangst getekend na de laatste wapendropping op “Oliver” op 15 april 1945.
Overzicht van de geleverde wapens, verbandmiddelen, voedsel en kleding. Dit formulier is door Arend (schuilnaam Kees Bas) voor ontvangst getekend na de laatste wapendropping op “Oliver” op 15 april 1945.

Het is Arend die onder de schuilnaam Kees Bas de lijst met gedropte wapens tekent voor ontvangst.

Bij de werkers op het land van Galis en Wiering is ook altijd zijn vrouw Betje Leeuw aanwezig, een stevige vrouw die van aanpakken weet. “Ze wilde perse met Arend en haar zoons mee, want ze wist hoe gevaarlijk het was. ‘Als zij gepakt worden, word ik ook gepakt. Ik wil niet zonder Arend achterblijven’. En Betje (die door haar kleinkinderen liefkozend “Osie” wordt genoemd) tilde net zo hard mee”, vertelt kleindochter Jeannette.

De droppingploeg Oliver-Zwaagdijk direct na de bevrijding. Rechts Arend en Betje. Knielend Joop (links) en Jaap Leeuw middenvoor. Foto: familie Leeuw.
De droppingploeg Oliver-Zwaagdijk direct na de bevrijding. Rechts Arend en Betje. Knielend Joop (links) en Jaap Leeuw middenvoor. Foto: familie Leeuw.

Op een haar na ontsnapt

In de laatste oorlogsjaren zijn er vele hachelijke momenten. Zo staan er op 2 november 1944 na een nachtelijke dropping plotseling vier man van de Sicherheitsdienst (SD) ’s morgens bij Arend en Betje voor de deur. Arend en Joop hebben de wapens, die schoongemaakt moeten worden, uit elkaar gehaald en op tafel te drogen neergelegd. Jeannette gaat er op grond van de verhalen vanuit dat Betje de 11-jarige Jannie direct wegstuurt om haar broer Arie te waarschuwen. Waarschijnlijk door de fruittuinen aan de achterkant.

Terwijl Betje de mannen in de hal aan de praat houdt, duiken Arend en Joop zo snel als ze kunnen in de schuilplaats bij het alkoof in de hooiberg. Volgens Joop lagen de knieën van zijn vader “te rammelen van de zenuwen”. Dochter Alie wordt door moeder Betje als afleidingsmanoeuvre naar de inpandige werkplaats gestuurd. Zogenaamd om hout te halen, maar in werkelijkheid om een luik open te zetten. Zij wordt door één van de SD mensen gevolgd. Gelukkig weet zij net iets eerder in de werkplaats te komen en het luik open te zetten voordat de SD-man arriveert.

Alie sprokkelt hout bij elkaar en gaat terug naar haar moeder. Die vraagt: “Staat het luik open?” Als Alie bevestigend antwoordt, weet Betje dat daarmee de schijn is gewekt dat de onderduikers al gevlucht zijn. En ze zegt tegen de SD mensen, dat ze “te laat zijn”. Arend en Joop zien en horen alles vol spanning aan vanuit hun schuilplaats in de hooiberg. De SD vertrekt onverrichterzake. Joop vertrekt direct naar een nieuw onderduikadres bij de familie van Klaveren in Hauwert.

Er is duidelijk sprake van verraad. De inval van de SD betekent dat ook de rest van het gezin Leeuw - Arend, Betje, Alie en Jannie - moet onderduiken. Arend en Betje vertrekken dezelfde dag nog naar boer Galis. De 17-jarige Alie krijgt de instructie om persoonlijke spullen in veiligheid te brengen. Daarna duikt zij onder bij de familie Van der Deure in Zwaag. De jongste, Jannie, wordt naar de familie van Jaap ter Hofstede in Zwaag gestuurd.

Arie blijft doorgaan met zijn verzetswerk. Dat blijkt wel uit de berichten die vanuit de geheime afluisterpost en telefooncentrale Post Poddie in Hoorn heen en weer gaan.

Bericht voor Arie (Simon) van onderdistrictscommandant Dirk Bakker (oom Barend) via de geheime telefooncentrale Post Poddie in Hoorn in het pand van Jo Iepenga (Jasper). Foto: Dankboek Jasper, familie Iepenga.
Bericht voor Arie (Simon) van onderdistrictscommandant Dirk Bakker (oom Barend) via de geheime telefooncentrale Post Poddie in Hoorn in het pand van Jo Iepenga (Jasper). Foto: Dankboek Jasper, familie Iepenga.

Elly weet nog goed hoe de knokploeg van Zwaag ervoor zorgde dat de ruim zestig bewoners van Avondlicht, ouden van dagen, invaliden en personeel, op allerlei manieren extra eten kregen. De knokploegleden hebben er bijna een dagtaak aan. Ze deinzen er niet voor terug om voedsel weg te halen bij zwarthandelaren.

Onder de watertoren naast Avondlicht heeft de bezetter brandstof opgeslagen. Die hebben de Duitsers bij het PEN en het waterleidingbedrijf PWN in beslag genomen. Ernaast is een benzinepomp van de Duitsers. Ook in het gebouw naast station Hoorn (later Van Gend & Loos) hebben de Duitsers brandstof liggen, blijkt uit aantekeningen van Joop Leeuw. Het verzet slaagt erin in totaal 2.000 liter brandstof weg te pompen in vaten om te gebruiken voor wapen- en voedseltransporten. De buitgemaakte vaten worden begraven op het aardappelland van Piet Jong aan de Dorpsstraat. Piet kan met zijn stille boot ook voor vervoer zorgen.

Huize Avondlicht gezien vanaf Het Keern omstreeks 1939. Erachter de in 1970 gesloopte watertoren. Boven op de toren bevond zich een uitkijkpost van de Duitsers. Foto: beeldbank Oud Hoorn.
Huize Avondlicht gezien vanaf Het Keern omstreeks 1939. Erachter de in 1970 gesloopte watertoren. Boven op de toren bevond zich een uitkijkpost van de Duitsers. Foto: beeldbank Oud Hoorn.

Een rol voor iedereen

Uiteindelijk krijgt het hele gezin Leeuw met het verzetswerk van Arend en Arie te maken. Arend en Betje hebben meerdere onderduikers, onder wie een kopstuk van de knokploeg van Enkhuizen.

Bij Arie en Griet zit een Duitse deserteur ondergedoken. “Die Duitse deserteur, Willy Reuther, sliep in mijn bed”, weet Arie’s oudste dochter Elly nog.

Vaak zal hun vader Arie later vertellen hoe moeilijk het was het Duitse uniform van Reuther in de sloot te laten verdwijnen. “Het wilde maar niet zinken”, herinnert haar broer Arend (1949) zich. De kleine Jannie krijgt soms opdracht om met een van de onderduikers uit wandelen te gaan. Ze zien er dan uit als vader en dochter en wekken zo minder argwaan. Jannie werkt ook als koerierster. Verstopt in haar kousen brengt ze briefjes en zelfs wapens naar andere leden van het verzet.

Terugkeer in Zwaag

Na de bevrijding krijgt het hele gezin bij terugkeer in Zwaag een heldenontvangst. Door een erehaag van mannen van de Binnenlandse Strijdkrachten en begeleid door muziek, keren zij terug in hun versierde huis aan de Dorpsstraat 175. Het blijkt volkomen uitgewoond en alle gereedschappen en materialen zijn verdwenen, evenals twee kostbare postzegelverzamelingen.

Door een erehaag van BS’ers keren Arend, Betje en hun kleindochters Elly (1939) en Irene (1943) op 25 mei 1945 terug in Zwaag. Foto: familie Leeuw.
Door een erehaag van BS’ers keren Arend, Betje en hun kleindochters Elly (1939) en Irene (1943) op 25 mei 1945 terug in Zwaag. Foto: familie Leeuw.

Arie wordt op 26 mei 1945 gehuldigd, een dag na zijn terugkeer in Zwaag. In de toespraken van zijn ondercommandant Dirk Bakker van het onderdistrict Hoorn en burgemeester Wiering wordt hij “de ziel van het KP- werk in onze buurt” genoemd. Hij was leider van het verzet in Blokker en werd later plaatselijk commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten in Zwaag, onderdistrict III, zo wordt in herinnering gebracht.

Arie zelf vertelt in zijn dankwoord hoe belangrijk de samenwerking in het verzet was. “Ondergronds waren we zo verschillend als de kleuren van de parachutes, maar we werkten prima samen. Dat moet zo blijven, ons land heeft dit nodig.” Ook de jongste van het gezin Leeuw wordt in de huldiging betrokken. Jannie krijgt van Dirk Bakker een boeket bloemen. De “Herleving” en “Cecilia” verzorgen het muzikale deel van de huldiging.

Uitsnede uit groepsfoto van het verzet in Zwaag vermoedelijk genomen op 29 juli 1945. Op de voorste rij van links naar rechts: Arend, Griet en Arie Leeuw en Dirk Bakker (oom Barend), zittend Jannie Leeuw.
Uitsnede uit groepsfoto van het verzet in Zwaag vermoedelijk genomen op 29 juli 1945. Op de voorste rij van links naar rechts: Arend, Griet en Arie Leeuw en Dirk Bakker (oom Barend), zittend Jannie Leeuw.
Op de achterste rij zevende van links Joop Leeuw. Op de voorste rij staand tweede van links (met geruite jurk) Alie Leeuw. Jaap en Betje hadden deze dag andere verplichtingen.
Op de achterste rij zevende van links Joop Leeuw. Op de voorste rij staand tweede van links (met geruite jurk) Alie Leeuw. Jaap en Betje hadden deze dag andere verplichtingen.

Lid noodgemeenteraad

Na de bevrijding overheerst het gevoel: We zijn de oorlog doorgekomen. We willen leven. Arie hoopt vooral dat de saamhorigheid in het verzet, waar religieuze en politieke tegenstellingen wegvielen, na de bevrijding zal blijven.

Arend Leeuw wordt lid van de noodgemeenteraad van Zwaag, die tot en met 26 augustus 1946 functioneert.

Zoon Arie Leeuw vervangt direct na de oorlog korte tijd de - onterecht - van pro-Duits gedrag beschuldigde burgemeester Johannes Wiering. Ook wordt Arie aangesteld om achterstallige schulden te innen van vijftien van collaboratie verdachte personen uit Zwaag en Nibbixwoud.

Het normale leven wordt weer opgepakt. De schouders gaan eronder.

Zowel voor als na de oorlog speelt muziek een belangrijke rol in het leven van familie Leeuw.

Arend en zijn vijf kinderen musiceren allemaal bij Muziekvereniging “De Herleving” en ook aangetrouwde kinderen en kleinkinderen worden lid.

Nu is de oorlog echt voorbij

Arie en Jaap zijn in de jaren zestig en zeventig lid van Blaaskapel “De Erika Kapel” Hoorn/Zwaag. Als de Erika Kapel in 1970 een uitnodiging ontvangt voor een optreden tijdens de Mittel Rheinische Musiktage in het Duitse Kamp-Bornhofen, moeten Arie en Jaap wel even slikken. Ondanks dat ze altijd een verschil hebben gemaakt tussen Duitsers en “Moffen” (scheldwoord door Duitsers tijdens en na de oorlog) is een optreden in Duitsland voor hen niet vanzelfsprekend.

Ze gaan mee en spelen met “De Erika Kapel” in een muziektent aan de Rijn in Duitsland. Tijdens het spelen van het Wilhelmus staat een 500-koppig publiek op voor het Nederlandse volkslied en tonen daarmee hun respect. Een diep ontroerde Arie spreekt na afloop daarvan de gedenkwaardige woorden: “En nu is de oorlog echt voorbij”.

Toch blijkt de oorlog voor de betrokkenen nog niet écht voorbij. Arend, Arie en Jaap krijgen op het einde van hun leven gezondheidsklachten. Bij Arend komen de verschrikkingen van de oorlog in alle hevigheid terug. “Op een late avond sloeg hij op de vlucht voor de vijand.  Zelfs in zijn lieve vrouw Betje, die altijd voor hem en naast hem had gestaan, zag opa Arend de vijand”, vertelt Jeannette.

Dochter Elly herinnert zich, dat haar vader Arie op het laatst van zijn leven een kleine uitkering kreeg van de Stichting 1940-1945. “Dat was voor hem de bevestiging dat zijn verzetswerk van belang was geweest. Eigenlijk was de erkenning voor hem belangrijker dan het geld.”

Hij koestert de schaal uit 1945 met de 25 namen van een aantal van zijn medeverzetsstrijders en mannen en vrouwen die het verzet steunden. Zoals die van kopstukken uit het verzet: Dirk Bakker (oom Barend) en Piet Verbeek (Ome Koos), medewerkers van “De Glimworm”, medewerkers aan de wapendroppings, leden van de knokploeg Hoorn en medewerkers van de geheime telefooncentrale Post Poddie. Arie kreeg de schaal als dank en herinnering.

De schaal die Arie in 1945 kreeg als dank voor zijn verzetswerk. Foto: familie Leeuw.
De schaal die Arie in 1945 kreeg als dank voor zijn verzetswerk. Foto: familie Leeuw .

Koninklijk onderscheiden

Arend wordt op 24 oktober 1962 onderscheiden met een Eremedaille verbonden aan de Orde van Oranje Nassau in zilver voor zijn maatschappelijke verdiensten en voor zijn vrijwilligerswerk. Arend is dan onder meer ruim veertig jaar voorzitter van Muziekvereniging “De Herleving”.

Hun kinderen en kleinkinderen weten het zeker. Niemand van de familie Leeuw vond het nodig om onderscheiden te worden voor hun verzetswerk. “Ze deden het echt voor volk en vaderland en ze vonden het helemaal niet speciaal.”

Christa van Hees, met dank aan Jeannette Visser-Leeuw, Elly Van Kalken-Leeuw en Kiona Leeuw die hun herinneringen en het familiearchief met mij deelden, april 2026.

Overige bronnen: Nationaal Archief, Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD), Westfries Archief, Dagboek Arie Leeuw, archief Joop Leeuw, uitgave “Oorlog in Zwaag-het verhaal van 186 Zwagers in de periode 1940-1945”, Historische Vereniging Zwaag, “Droppingsroute West-Friesland – Route langs de afwerpterreinen waar C.A.T. Hil Schipper het commando voerde van september 1944 tot mei 1945”, Dankboek “Jasper”, Vereniging Oud Hoorn en diverse krantenpublicaties.