Flory Polak, de jongste onderduikster van Hoorn

Op het Centraal Station van Amsterdam krijgen Nel en Cees Woelders voorjaarzomer 1942 een piepkleine baby in hun handen gedrukt met het verzoek goed voor haar te zorgen. Nel en Cees, allebei 24, zijn dan net aan het verhuizen van Utrecht naar Hoorn. Cees heeft bij de Nederlandse Spoorwegen Hoorn als nieuwe standplaats gekregen. Op Drieboomlaan 69 hebben ze woonruimte gevonden. Nel en Cees geven de Joodse Flory Polak alle liefde die ze te geven hebben en voeden haar op als hun eigen kind. In 1945 krijgt Flory een zusje. Aan het stille gezinsgeluk komt abrupt een einde als op een goede dag in 1946 een ouder echtpaar onaangekondigd aanbelt op Drieboomlaan 69. Sientje Polak en Philip van Gelder komen hun dochter Flory ophalen. Er ontrolt zich een drama dat tot op de dag van vandaag zijn sporen nalaat.

Cees, Nel en Flory (foto: J.D. Osinga sr.)
Cees, Flory en Nel Woelders (foto Jan Osinga)

Van het levensverhaal van Flory Neter-Polak zou je een film kunnen maken, zoveel bijzondere wendingen bevat het. Het verhaal van Flory begint eigenlijk al in 1933, in Duitsland. Het is het jaar waarin haar biologische vader Philip van Gelder (1886-1950) uit Berlijn vertrekt. Hij kan niet langer aanzien hoe zijn zoon Arthur als lid van de Hitlerjugend het nazigedachtengoed vol overgave uitdraagt en uitvoert. Zijn (niet-Joodse) vrouw Johanna Wetzel blijft achter met hun dochter Erna (1903).

Philip komt in Amsterdam terecht, waar hij de eveneens Joodse Sientje Polak (1903-1996) ontmoet. Ze gaan samenwonen in de Roerstraat, waar Philip zijn oude beroep als kleermaker oppakt. Sientje raakt eind 1941 in verwachting; Philip is dan bijna 60.

Systematische uitsluiting Joodse mensen

In de loop van 1942 bereiken de anti-Joodse maatregelen hun hoogtepunt. Vanaf het moment dat de Duitsers Nederland bezetten, heeft het naziregime systematisch gewerkt aan de maatschappelijke, economische en fysieke uitsluiting van de Joodse bevolkingsgroep. Het begint met een verbod op het hebben van een overheidsbaan, het uitsluiten van Joodse jongeren die aan een universiteit willen studeren. Gevolgd door het afpakken van eigendommen (winkels, bedrijven), het inleveren van spaargelden en de verplichting om naar Joodse scholen te gaan. Vervolgens komt het verbod voor Joden om naar dierentuin of zwembad te gaan, om zich in openbare parken op te houden en van het openbaar vervoer gebruik te maken etc. Op 3 mei 1942 gaat de verplichting in om een ster te dragen en staat in het verplichte persoonsbewijs een grote J. Met als sluitstuk de oproep om zich te melden voor transport naar het werkkamp in Westerbork. De tussenstop naar de definitieve vernietiging van een heel volk.

Bevallen in Joods bejaardenhuis

Wat voor toekomst heeft een Joods kind in zo’n angstaanjagende wereld? Zelfs bevallen in het Nieuw-Israëlitisch Ziekenhuis aan de Nieuwe Keizersgracht is in het voorjaar van 1942 niet meer veilig. Op 16 mei 1942 komt Flory Polak in Amsterdam ter wereld. De bevalling vindt plaats in een kamer van het Joods Bejaardentehuis (officieel Nieuw Israëlitisch Oude Mannen en Vrouwenhuis) aan de Nieuwe Kerkstraat 131-139. Dit gebouw grenst aan de achterzijde aan het Joods ziekenhuis, waarvan het onderdeel uitmaakt. Vroedvrouw van dienst is een zekere Eva Granaada (1915-1943), dan 26 jaar oud en verpleegkundige. Het is deze (Joodse) Eva die bij de burgerlijke stand in Amsterdam de geboorte van Flory aangeeft, weet Flory Polak sinds kort. Eva overleeft de oorlog niet. Bij de ontruiming van het Nieuw Israëlitisch Ziekenhuis in mei 1943 weigert ze haar patiënten in de steek te laten. Eva overlijdt in 3 september 1943 in Auschwitz (Oswiecim).

Nel en Flory als baby (foto Jan Osinga)
Nel en Flory als baby (foto Jan Osinga)
Flory met beer (foto Jan Osinga)
Flory met beer (foto Jan Osinga)
Flory met poppenwagen
Flory met poppenwagen
Nel en Flory in de Tweeboomlaan (foto Jan Osinga)
Nel en Flory in de Tweeboomlaan (foto Jan Osinga)

Raadsel

Wat er is gebeurd in de periode tussen haar geboorte en het moment dat ze op station Amsterdam Centraal als een pakketje wordt overhandigd aan Nel en Cees Woelders? Het zal wel altijd een raadsel blijven, vreest Flory. Heeft Sientje Polak al direct na de geboorte van haar dochter afscheid genomen van haar kind in de verwachting dat ze het nooit meer zou terugzien? Wie heeft het contact gelegd met Cees en Nel? We weten het niet. Flory heeft wel eens gehoord dat hier een NSB-er in het spel was. Iemand die zich niet kon verenigen met de maatregelen tegen de Joden en daarom is gaan helpen met het zoeken naar betrouwbare onderduikadressen. Ze heeft zich erbij neergelegd dat ze sommige dingen nooit zal weten.

Zeker is dat haar biologische ouders géén gehoor geven aan de oproep om zich te melden voor het verplichte transport naar Westerbork. Zij duiken evenmin onder, maar gaan in de regio rond Leiden werken. In ruil voor kost en inwoning werken ze daar bij boeren, onder andere in Voorschoten en Oegstgeest. Ze maken van oude gordijnen nieuwe kleding, maken zeilen voor schepen en Philip maakt zadels voor paarden.

Zalige onwetendheid

Intussen groeit de kleine Flory op de Drieboomlaan als kool. Cees Woelders is een lieve, zachtaardige man. Een man van weinig woorden, maar veel daden. Nel – een bikkel, vindt Flory – wijdt zich vol overgave aan het moederschap. Bekenden zeggen dat Flory op haar vader Cees met zijn donkere krullenbol lijkt. Kennelijk onwetend van het feit dat twee blauwogige ouders geen kind met donkere ogen kunnen hebben. Anderen hebben wel hun vermoedens. De overbuurman van Nel en Cees, een fervent NSB-er, krijgt in niet mis te verstane bewoordingen te horen dat dit kind geen haar gekrenkt mag worden. Geregeld komt beroepsfotograaf Jan Osinga langs om het “mooie moidje” voor het nageslacht op de foto te zetten.

Gearresteerd en vrijgekomen

In 1943 wordt Philip bij een razzia opgepakt. Via het beruchte hoofdkwartier van de Sicherheitsdienst (SD) in de Euterpestraat wordt hij op transport gezet naar Westerbork. Dan doet zich een bizarre wending in het lot van Philip voor. Zijn ex-vrouw Johanna, die nooit officieel van hem heeft willen scheiden, blijkt zich intussen ook in Amsterdam te hebben gevestigd, samen met haar dochter.
Als niet-Joodse weet zij de kampleiding ervan te overtuigen dat haar man niet in Westerbork thuishoort. Na drie maanden komt Philip vrij. Philip, kind uit een zeer groot gezin, blijkt na de oorlog de enige die de oorlog heeft overleefd. Ook in de familie van Sientje worden grote verliezen geleden: twee nichtjes op wie Sientje superdol is, overleven de oorlog ook niet.

Kamp Westerbork in 1943, hoofdweg (Drenthe)
Kamp Westerbork in 1943, hoofdweg (Drenthe in 50 foto’s)

Gezinsuitbreiding

Op de Drieboomlaan wordt de bevrijding uitbundig gevierd. Er is nog meer aanleiding voor feest. Eén dag na de bevrijding, op 6 mei 1945, wordt de tweede dochter van Cees en Nel geboren: Erna. Flory is dol op haar babyzusje. Fotograaf Osinga komt opnieuw langs, dit keer om de gezinsuitbreiding vast te leggen. Flory is volmaakt gelukkig, zich niet bewust van naderend onheil. De jaren bij Cees en Nel zijn de mooiste van haar kinderjaren. “Juist in die eerste vier, vijf jaar van je leven word je volledig gevormd en opgevoed. En dat deden zij. Ze hebben me opgevoed en liefgehad. Nel was mijn mama, Cees mijn papa.” Als jongste onderduiker van Hoorn mag ze na de bevrijding bloemen aanbieden aan de verzetshelden van Hoorn.

Nel, Erna en Flory (foto Jan Osinga)
Nel, Erna en Flory (foto Jan Osinga)
Flory met Erna in mei 1945 (foto Jan Osinga)
Aanbieden bloemen na de bevrijding aan verzetshelden (foto Jan Osinga)

Terug naar Amsterdam

En dan, op een voor iedereen dramatische dag, melden zich uit het niets de biologische ouders van Flory. Zij willen hun dochter mee naar Amsterdam nemen. Het afscheid is voor alle partijen dramatisch en traumatisch. Echt goed is het nooit meer gekomen, zeker niet tussen Flory en Sientje. Die claimt haar dochter volledig en verbiedt ieder contact met Cees en Nel. Het herenigde gezin gaat aan de Vrijheidslaan wonen.

Philip, Flory noemt hem liefkozend “Phili”, neemt Flory nog wel eens stiekem mee op de boot van Amsterdam naar Hoorn. Nel die als vrouw van een spoorwegman gratis kan reizen, komt nog wel eens naar Amsterdam om Flory stiekem uit school te halen. Hun contact duurt niet langer dan het wandelingetje van school naar huis, Sientje mag van niks weten.

Overlijden Philip

Flory kort na de hereniging met haar ouders op De Dam (circa 1946)
Flory kort na de hereniging met haar ouders op De Dam (circa 1946)
Op het balkon van de Vrijheidslaan in Amsterdam
Op het balkon van de Vrijheidslaan in Amsterdam
Met papa Phili
Met papa Phili

Met haar verstand weet Flory dat haar beide ouders zeker hun best hebben gedaan om van haar te houden. “Maar er is gewoon geen hechting geweest. Er was geen nestgeur en zoiets komt niet meer goed.” Daar komt bij dat zij niet voldoet aan het verwachtingspatroon van haar moeder over de ideale dochter. Ze heeft het gevoel dat ze moet concurreren met twee overleden nichtjes die dat wel waren geweest. “Ik wilde geen jurkjes, maar broeken. Strikken vond ik verschrikkelijk. Ik wilde geen paasei zijn.” Als stoere Westfriese rouwdouwer vindt ze geen aansluiting bij haar stadse, door de wol geverfde klas- en buurtgenootjes.

Het overlijden van haar vader in 1950 is een nieuw drama voor zowel Sientje als Flory. Sientje verliest haar eerste en enige grote liefde. Met het wegvallen van Philip verdwijnt ook een stabiliserende kracht in het gezin. “Natuurlijk was het niet allemaal verschrikkelijk wat er gebeurde. Mijn moeder kon fantastisch koken, daar kan ik heimwee naar hebben. Ze was ook een begaafd naaister. In die dingen legde ze zoveel liefde, liefde die ze mij niet heeft kunnen geven. Op school vertelde ik altijd vol trots dat ik twee vaders en twee moeders had. Dat wilde toen niemand geloven.”

Grootste slachtoffer

“Mijn pleegmoeder is misschien wel het grootste slachtoffer in dit drama. Zij heeft zich na de wrede scheiding van mij nooit meer goed durven hechten aan de kinderen die daarna werden geboren: René (1947), André (1949) en Hildo (1957). Je kan je kind immers ook zomaar weer kwijtraken. Met de kennis van nu veronderstellen we allemaal dat Nel na de geboorte van de jongste een postnatale depressie had.” Met “haar” familie Woelders onderhoudt Flory tot op de dag van vandaag contact.

Hoewel haar ouders rechtgeaarde communisten zijn, krijgt ze veel mee van het Joodse geloof en de Joodse cultuur. Haar moeder kookt volgens de joodse traditie en Flory is lid van twee joodse jeugdverenigingen. Iedere vakantie brengt ze door in een Joods vakantiecentrum in Wijk aan Zee. Als ze 16 is, loopt Flory weg van huis.

Na de middelbare school, gaat ze naar het conservatorium. De grote cabaretier Wim Kan ziet in haar een cabaretière en neemt haar in zijn zangkoor mee op een tour langs zo ongeveer alle Nederlandse theaters. Flory ambieert echter een zangcarrière. Samen met haar toenmalige man, een violist, vormt ze een duo. Zij zingt, voornamelijk Joodse volksliedjes, en hij begeleidt haar op de piano. In 1963 wordt Mischa geboren en in 1970 dochter Yaëla.

Als hun huwelijk stukloopt, blijft Flory met twee kinderen achter. Ze rondt met succes een studie pianobouw- en techniek af en leert piano’s stemmen. Dat blijkt een gouden greep. Het stemmen van piano’s is goed te combineren met de zorg voor haar kinderen.
Halverwege de jaren tachtig ontmoet Flory haar huidige man, Eduard Neter, met wie ze nog altijd samen is. Ook hij heeft, net als Flory, twee kinderen uit een eerder huwelijk. Inmiddels zijn er zes kleinkinderen en een achterkleinkind.

Flory Polak circa 18 jaar
Flory Polak circa 18 jaar

Flory bekleedt diverse bestuursfuncties in Joodse organisaties. Ze is behalve kunstenaar een veelgevraagd gastspreker. Sinds 1996 is ze voorzitter van het Verbond Belangenbehartiging Vervolgingsslachtoffers (VBV: VBV ). Ze maakt zich er – met succes – sterk voor dat de zogeheten MAROR-gelden (800 miljoen schadevergoeding van overheid, banken en verzekeringen) op de enig juiste plek terecht komen. Namelijk bij de Joodse holocaustoverlevenden zelf en niet bij Joodse instellingen.

In 2012 neemt ze het initiatief om in Hoorn Stolpersteine (struikelstenen) te laten leggen voor door de nazi’s vermoorde Joodse mensen. Dat gebeurt in samenwerking met de gemeente Hoorn en Comité 40-45 Hoorn.

Haar levensverhaal heeft ze inmiddels vele malen verteld. Ook in Hoorn tijdens het programma Open Joodse Huizen (sinds 2016). Ze is dan even terug in de Drieboomlaan, in het huis waar ze als kind zo gelukkig is geweest. Ze vertelt haar verhaal nuchter, luchtig en vaak met een gulle lach. Maar wie goed oplet ziet de emotie, ook tachtig jaar later, dicht onder de oppervlakte liggen.

Mei 2023, Christa van Hees

2022-VBV-Jaarbijeenkomst - voorzitter Flory Neter (foto Eduard Neter)
2022-VBV-Jaarbijeenkomst – voorzitter Flory Neter (foto Eduard Neter)

Het merendeel van de (kinder)foto’s bij dit artikel is van Jan Osinga, de overige foto’s zijn uit het familiearchief van Flory Polak, Stadsarchief Amsterdam, NIOD-beeldbank en Eduard Neter.

Bronnen: Interview met Flory Neter-Polak, Podcast: “Ik heb geen beeld” met Leo van Gelder en Flory Neter, Toespraak van Flory Neter op 17 april 2023 in Leeuwarden tijdens de jaarlijkse herdenking van Shoa op uitnodiging van de Christian Embassy Jerusalem Nederland, artikel “De Jongste onderduiker van Hoorn” door Peter Tack (kwartaalblad Vereniging Oud Hoorn, 2012-02 en diverse krantenartikelen.