De laatste missie van vlieger Jan Peetoom

Twee portretten van Jan Peetoom, links in militair uniform met schuitje en rechts in uniform van de Marine Luchtvaart Dienst
Twee portretten van Jan Peetoom, links in militair uniform met schuitje en rechts in uniform van de Marine Luchtvaart Dienst

Het vliegveld nabij de Schotse plaats Leuchars is nog gehuld in het duister. Het weer is op 18 augustus 1941 ietwat fris, wanneer Jan Peetoom rond half twee ’s nachts aan boord van de Hudson bommenwerper ‘Ockenburg’ klimt. Misschien heeft de jonge Horinees op dat moment wel even aan zijn familie en zijn geboorteplaats gedacht. Die gedachten zijn echter nooit vastgelegd. Jan Peetoom komt die zomerse dag met zijn andere bemanningsleden van de ‘Ockenburg’ niet meer terug van de verkenningsvlucht aan de andere kant van de Noordzee, voor de kust van Noorwegen. Een Duits jachtvliegtuig krijgt de Lockheed Hudson vermoedelijk in het vizier en de piloot haalt de trekker over. Opnieuw worden namen bijgeschreven in het ongenadig uitdijende register van slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.

Jan Peetoom is op 19 september 1916 geboren in Hoorn, in een gezin dat de zoons aanmoedigde vooral goed te leren. Dat is immers de snelste weg naar een betere toekomst. De ouders Pieter Peetoom en Catherine Peetoom-Sopar wonen aan het Grote Oost. Het gezin telt drie jongens. Jan is de middelste. Zijn oudere broer Frans is drie jaar ouder en eveneens vlieger. Die werkt voor de oorlog als piloot voor de KLM. Ook Frans wordt gemobiliseerd wanneer de oorlogsdreiging in 1940 toeneemt. Als jachtvlieger is hij betrokken bij de slag om de Grebbeberg. Hij zal de oorlog overleven. De jongste telg is Piet Peetoom.

Catherine Peetoom-Sopar met haar zoons Piet, Jan en Frans, van links naar rechts, in 1927
Moeder Catherine Peetoom-Sopar met (vlnr) de zoons Piet, Jan en Frans in 1927. Foto familie Peetoom.

In dit gezin speelt die jaren padvinderij – zoals dat destijds heette – een grote rol. Zo ook bij Jan. Als leerling van de HBS aan de Johan Messchaertstraat is hij al bij de vereniging actief betrokken als verkenningsleider of vaandrig. Jan heeft zelfs meegedaan aan de Wereld Jamboree in 1937 van wat we tegenwoordig de Scouting noemen. Daar, in Vogelenzang, doet hij zijn eerste internationale contacten op.

Jan Peetoom links en een andere padvinder poseren in scoutinguniform met hoed en halsdoek
Jan Peetoom (links) als lid van de toenmalige padvinderij. Foto familie Peetoom.

Luchtruim

Jan kan goed leren en met het voorbeeld van de oudste broer voor ogen wil hij ook het luchtruim in. Dat kan, bij de afdeling Militaire Luchtvaart. De opleiding begint voor hem in 1938 op vliegveld Soesterberg. In augustus van 1939 haalt hij daar zijn brevet. ,,De legerleiding had in die tijd ook wel in de gaten dat de kans groot was dat Nederland ondanks de neutraliteit bij de oorlog betrokken zou raken”, vertelt Wilfried Muilwijk in Den Helder. Als kapitein ter zee buiten dienst is hij actief bij de Traditiekamer van de Marine Luchtvaart Dienst. Hier wordt het verleden van deze tak van de luchtvaart gekoesterd. Volgens Muilwijk wordt door die oorlogsdreiging in ’39 een deel van de opleiding voor jachtvliegers verplaatst naar Zeeland. In Burgh Haamstede moet de opleiding worden voltooid.

In december 1939 schrijft de jongere broer Piet een briefje aan zijn in Zeeland verblijvende broer. De enveloppe is geadresseerd aan ‘Den Wel. Ed. Heer’ J. Peetoom, adsp. res. off. vlieger, Vliegschool Haamstede’.

Piet heeft nu twee grote broers die aan de vliegerij doen. In Hoorn is weinig te beleven, zo kan Jan Peetoom vanuit het adres Grote Oost 13 lezen. Maar met zijn aanstaande verlof wordt hij wel in Hoorn verwacht met op z’n minst wat boterbabbelaars…. En of de jonge vliegenier ook voor een van de leraren aan de HBS een doosje mee wil nemen: ,,Want hij weet dat jij in Zeeland bent.”

Op het moment dat de Duitse bezetter de neutraliteit van Nederland achteloos opzij schuift en het oorlogsgeweld in mei 1940 over het land davert, wordt snel duidelijk dat de mannen van de vliegschool in Burgh Haamstede in veiligheid moeten worden gebracht. ,,Het werd zaak dat iedereen Engeland probeerde te bereiken”, aldus Muilwijk. ,,Anders zou je al de energie die in de opleiding was gestoken, kwijt zijn.”

Een deel van de MLD vertrekt met de Fokker watervliegtuigen via de lucht naar Engeland. Jan Peetoom hoort bij de groep die vanaf 16 mei deels lopend en daarna met de trein uiteindelijk de haven van de Franse stad Cherbourg weet te bereiken. Weg van huis. Aan boord van het Nederlandse schip De Batavier II komt de groep eind mei 1940 veilig in Engeland aan.

Envelop uit 1939 gericht aan J. Peetoom, aspirant-reserveofficier-vlieger bij de vliegschool in Haamstede

Durfal

Het verhaal in de familie gaat dat Jan Peetoom al voor de Tweede Wereldoorlog een durfal was. Een militaire piloot die tijdens zijn opleiding de bravoure had om met zijn tweedekker lesvliegtuig onder een hoogspanningsleiding door te vliegen. Durfal of niet, eenmaal in Engeland ervaart de groep jonge vliegers in opleiding dat de Britse autoriteiten noch de Nederlandse regering in ballingschap helder voor ogen hebben wat ze met deze groep jonge militairen aan moet.

Jan Plesman links en Jan Peetoom rechts poseren speels met opgeheven handen tijdens de mobilisatie in 1940
Jonge jongens tijdens de mobilisatie in 1940: de vliegeniers Jan Plesman (l) en Jan Peetoom. Foto: P. van Loo, uit blad ‘Mars et Historia’.

Er wordt flink wat gesteggeld over waar al die jonge vliegers en de mecaniciens naar toe moeten om ze de opleiding te kunnen laten vervolgen. ,,De opleidingscentra van de Engelsen zaten toen al overvol”, vertelt Wilfried Muilwijk. ,,Er is even gedacht om alle Nederlandse vliegers over te plaatsen naar een nieuw centrum in Canada. Ook andere landen ver weg werden genoemd, zoals Zuid-Afrika of Nieuw-Zeeland. De Engelsen en de Nederlandse regering in ballingschap werden het maar lastig eens.” Uiteindelijk is een deel van de groep naar het toen nog niet bezette Nederlands-Indië gegaan, om daar te worden opgeleid.”

De Nederlanders die wel in Engeland blijven, worden ingedeeld bij de Marine Luchtvaart Dienst. Jan Peetoom hoort bij de eerste twintig vliegers. De MLD valt voortaan onder het commando Coastal Command van de Royal Air Force.

Beëdiging van Nederlandse vliegeniers bij de Marine Luchtvaart Dienst in Engeland, met Jan Peetoom uiterst links
Begin 1940: Nederlandse vliegeniers worden in Engeland beëdigd bij de Marine Luchtvaart Dienst (MLD). Links staat Jan Peetoom. Foto Collectie: Nederlands Instituut voor Militaire Historie.

De groep uit Nederland gevluchte vliegers vormt van meet af aan de kern van het 320 squadron. Ook wel bekend als het ‘Hollandse Squadron’. Voordat dit allemaal in kannen en kruiken is, gaat er een jaar voorbij. In het voorjaar van 1941 wordt Leuchars hun basis. Jan Peetoom wordt hier opgeleid tot waarnemer aan boord van een Hudson bommenwerper. De vliegtuigen stijgen op om op U-boten te jagen, geallieerde konvooien te beschermen of bij de Noorse kust Duitse konvooien op te sporen en aan te vallen.

Jan Peetoom tijdens zijn opleiding, van opzij en van voren gefotografeerd in uniform
Vaandrig Jan Peetoom tijdens zijn opleiding bij de MLD. Foto MLD.

Fietstocht

Zo komt het dat Jan Peetoom pas in augustus 1941 krijgt te horen dat hij zal meevliegen op een missie. Dat doet hij in de functie van navigator. Die informatie komt uit de aantekeningen van A. Diepenhorst uit Apeldoorn. Hij was net als Jan Peetoom vliegenier in opleiding in Zeeland, toen de oorlog uitbrak.

Het bijzondere is dat Diepenhorst de jonge Horinees al in 1935 had ontmoet, tijdens een fietstrektocht door de Belgische Ardennen. ,,We maakten kennis met Jan Peetoom en zijn Hoornse vrienden Jan en Piet Brandenburg”, beschrijft hij in 2001 de eerste kennismaking. ,,Zij hielpen ons de shelter opzetten en trakteerden ons op een mok wijn en wat lekkers. We maakten gezamenlijk wat fietstochten door de fraaie Ardennen en trokken na enkele dagen afzonderlijk verder.”

Tijdens de wereldjamboree van de padvinders komen de twee elkaar opnieuw tegen. Het is Diepenhorst die met Jan ook de periode meemaakt na de vlucht naar Engeland. Hij meldt dat Jan Peetoom als navigator in de zomer van 1941 tijdens zijn eerste missie aan boord klimt van het toestel met de naam ‘Ockenburg’.

Gekelderd

Het 320 ‘Hollandse’ squadron vliegt op dat moment nog met de Lockheed Hudson toestellen. Dit Amerikaanse tweemotorige vliegtuig is eind jaren dertig ontwikkeld als passagiersvliegtuig, maar wordt bij het uitbreken van de oorlog snel aangepast tot lichte bommenwerper. Het toestel kan lange afstanden afleggen. Zo ook vanuit het Schotse Leuchars naar de Noorse kust en weer terug. De toestellen hebben als voornaamste doel het opsporen van Duitse scheepvaartbewegingen voor de Noorse kust. En als het even kan, moeten die schepen ook worden gekelderd.

De Lockheeds zijn vergeleken met de Duitse jachtvliegtuigen niet bepaald snel. Het vermoeden is dat het in het ochtendgloren voor de kust van de Noorse stad Stavanger tot een kort luchtgevecht is gekomen. Een piloot in een Messerschmitt BF109 claimt even na 5 uur ’s ochtends een overwinning.

De Lockheed stort in zee en neemt de gezagvoerder C. Langelaar (25), J. Frowein (22), G. Uljee (28). F. van der Hurk (23) en de 24-jarige officier vlieger der 3e klasse Jan Peetoom mee. De oorlog is voor de jonge Horinees ten einde gekomen. Zijn naam is  bijgeschreven in de gedenkrol in de traditiekamer van de MLD op vliegveld De Kooy. Een van de 630 namen van gesneuvelde mannen en 1 vrouw.

Lockheed Hudson van het 320 Squadron in vlucht boven het Engelse landschap
Een van de Lockheed Hudsons, waarmee het 320 squadron vloog boven Engeland. Foto: Collectie: Nederlands Instituut voor Militaire Historie.

‘Huiswaarts’

Vermoedelijk heeft het gezin Peetoom aan Het Grote Oost via het Rode Kruis later het doodsbericht gekregen. In de Nieuwe Hoornsche Courant verschijnt begin juni 1941 nog een bericht dat Peetoom bij de drie stadsgenoten hoort die op dat moment vermist zijn, vanwege de oorlog: Karsen, Groot en Peetoom. ,,Die niet als gesneuveld of gewond zijn opgegeven en ook niet met de krijgsgevangenen huiswaarts zijn gekeerd”, aldus het bericht.

,,Hij heeft dus een zeemansgraf gekregen”,  stelt Marijke Regter-Peetoom nuchter vast. Deze Hoornse is een nicht van Jan Peetoom. ,,Hij was de broer van mijn vader”, weet ze. ,,Uiteraard heeft de jonge generatie hem nooit gekend: we hebben alleen een portret van hem. Er werd vroeger ook thuis nauwelijks over hem gesproken.” Achteraf heeft Marijke zelf ook een verklaring. De vroege dood van Jan bleek voor zijn ouders Jan en Catherine Peetoom-Sopar onverteerbaar. ,,Vooral mijn oma heeft het er haar hele verdere leven erg zwaar mee gehad.”

Jan Peetoom in militair uniform met schuitje en rangstrepen op zijn mouw
Jan Peetoom tijdens zijn opleiding. Foto Collectie: Nederlands Instituut voor Militaire Historie.

Klokken

De padvinderij in Hoorn eert hem ook. Na de oorlog wordt de naam veranderd in Vaandrig Peetoom Vendel. De ouders van Jan besluiten na de oorlog dat ze op een bijzondere manier het leven van hun gesneuvelde zoon Jan nog in ere kunnen blijven houden. Op dat moment probeert de stad het geroofde carillon van De Grote Kerk te herstellen. De ouders schenken het bedrag voor een van de nieuw te gieten klokken.

In de gedachte dat iedere keer wanneer de klokken boven de daken van de Hoornse binnenstad zingen, heel even het leven van een jonge scholier, vaandrig, vlieger en vooral zoon wordt herdacht.

Oktober 2026, Martin Menger

Bronnen:  Nederlandse Vereniging ter Beoefening van de Militaire Historie (publicatie “Mars”, Kenniscentrum Traditiekamer MLD, maritiem vliegkamp De Kooy,  Nederlands Instituut voor Militaire Historie, familie Regter in Hoorn, aantekeningen A. Diepenhorst,  Vereniging Oud Hoorn.